Warande Tuinadvies
historische tuinen en parken

Trudi Woerdeman

Willem Overmars

Historische studies
herstel en ontwerpplannen

Historisch onderzoek
werkwijze

Stinzenbeplanting

Stijltuinen

Moestuinen

Publicaties tuinhistorie

Historische kaartcollectie
(externe link)

Warande | Open Tuin en Kalender | Tuinontwerp
Parkherstel | Webshop | Contact | Omgeving | Deutsch

Historisch onderzoek

Volgens de Richtlijnen Tuinhistorisch Onderzoek (RCE 2012)
Al sinds het eerste herstelplan, dat door De Warande werd opgesteld in 1978, is gewerkt in de geest van de Richtlijnen Tuinhistorisch Onderzoek van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed van 2012 (34 jaar later!). Het rapport stelt, dat geen enkele ingreep in historisch groen gedaan kan worden, zonder historische kennis vooraf. Ingrepen ten behoeve van herstel of ontwerp moeten hoe dan ook historisch verantwoord zijn. Interdisciplinaire samenwerking tussen historicus en landschapsarchitect is een vereiste.
Bij de Warande speelt historisch onderzoek een zeer belangrijke rol. Het vormt altijd de basis voor een Herstel- en Ontwerpplan. Het feit, dat binnen De Warande die twee disciplines aanwezig zijn, zorgt vanzelfsprekend voor een historisch verantwoord plan.

Eigen archief
Al die jaren is de bibliotheek van De Warande gestaag gegroeid. Deze bevat honderden boeken, plaatwerken en historisch kaartmateriaal over historische tuinen en parken. Zeer belangrijk zijn de oude, soms nog originele, tuinhandboeken van de afgelopen eeuwen. Deze worden altijd geraadpleegd als zij van belang zijn bij het historisch onderzoek en herstel van een park. Voor de 17de eeuw bijvoorbeeld boeken van Jan van der Groen, André Mollet en Herman Knoop. Voor de 18de eeuw het tuinhandboek van Dezallier d'Argenville (1711) of Hirschfeld (1779); De Girardin of De Lille (1780). Voor het begin van de 19de eeuw Repton; Pückler Muskau. Eind 19de eeuw Petzold en André. Eind 19de en begin 20ste eeuw Robinson; Jekyll; Foerster; Lange; Springer; Van Laren; Bergmans en Bleeker, enzovoort. Zie verder Bibliotheek Tuinhistorie (binnenkort) en de
Historische Kaartcollectie
.

Werkwijze snel, effectief en goedkoop
Historisch onderzoek door de Warande wordt heel pragmatisch aangepakt. Het doel is om binnen een redelijke termijn voldoende gegevens binnen te krijgen om een verantwoord plan te maken. Het doel is zeker niet om zoveel mógelijk van een park te weten te komen. De ervaring leert dat met het raadplegen van een aantal standaard – bronnen snel de belangrijkste gegevens gevonden kunnen worden. Naarmate het onderzoek vordert, gaat het steeds meer tijd kosten om nog verdere informatie te vinden. Op tijd ophouden is dus de leuze.

De eerste bron is altijd het park zelf: hoe is de huidige situatie van het park? Welke historische lagen zijn door onze geoefende ogen al meteen te ontdekken? Zijn er ontwerpen of bedrijfskaarten bewaard gebleven, en zijn elementen hiervan nog te traceren in het veld? Wat deed de familie die er woont of woonde, of het instituut dat in het huis zat. Dat is natuurlijk heel variabel, want de een heeft alles weggegooid, en bij de ander staat het in kisten op zolder. Hier zijn dan ook de grootste verrassingen te verwachten. Er is altijd een relatie tussen veranderingen van het huis en het interieur, en het omliggende park. Ook de opvattingen van de vroegere bewoners is van belang.

Vervolgens komen de grote archieven aan de orde: gemeente, waterschap, provinciale archieven en het nationaal archief in Den Haag. Allemaal prima geordend en toegankelijk, en steeds meer ook via internet doorzoekbaar.
Onmisbaar zijn de eerste kadastrale kaarten van 1832 met de bijbehorende Tafels waarin het grondgebruik wordt aangegeven. Door inkleuren van die grijze kadasterkaarten kunnen hele ontwerpen zichtbaar worden.
Dan zijn er de topografische kaarten en hun voorlopers, vanaf het eind van de achttiende eeuw tot nu aan toe. Dat is door de grove schaal van 1:25.000 een beperkte bron, omdat details niet aangegeven worden, maar deze kaarten geven wel mooie lange tijdreeksen voor de hoofdlijnen van de gebeurtenissen.

Dan is er natuurlijk onderzoek naar wat er over het park geschreven is nodig. Denk hierbij aan reisbeschrijvingen, plaatwerken en tuinhandboeken van de afgelopen eeuwen.

Uit al die info moet een pragmatische keuze gemaakt worden, gericht op de praktijk en de werkelijkheid van nu in het park. Daarvoor wordt een dateringskaart gemaakt: een plattegrond van het park (en het huis) waarop staat aangegeven dat een stukje laan nog uit de 18de eeuw stamt, een kronkelpaadje uit het begin van de 19de en een vijver uit het eind van de negentiende eeuw.

Tuinarcheologie
In Engeland en Duitsland wordt steeds meer tuinarcheologisch onderzoek gedaan, vóórdat een park hersteld wordt. Een mooi voorbeeld vormt het park in Sleeswijk in Noord Duitsland: 'Der Gottorfer Barockgarten' (1637 - 1659). Opgravingen (2001-2007) vormden de basis voor restauratie - in dit geval.  Een team van diverse disciplines werkten hier samen.
In Engeland is een handboek voor tuinarcheologie uitgegeven:
Chris Currie (2005): Garden Archeology, a handbook. York
Het is te hopen, dat er in Nederland met hulp van tuinarcheologen in de toekomst zorgvuldiger gespeurd gaat worden naar de plekken van hermitages, kabinetten, vijvers en oude paden. De sporen zijn immers voordat men het weet uitgewist ná een goedbedoeld herstel: bijvoorbeeld, bij de herprofielering en het opnieuw verharden van een pad. Tuinarcheologie staat hier nog in de kinderschoenen en maakt nog geen onderdeel uit van archeologische opleidingen.

Verwilderde beplanting
Tenslotte zijn er nog de verwilderde planten en oude bomen en heesters in het park zelf, die stille getuigen zijn van het werk van landschapsarchitecten, eigenaars, hoveniers en tuinbazen uit het verleden.
Lijsten van bomen en heesters zijn vaak nog terug te vinden in huisarchieven (rekeningen van rentmeesters en kwekerijen).  De nog levende exemplaren moeten met de grootste zorg worden behandeld. Zij zijn levende, historische monumenten en ecologisch zeer waardevol.
De aanwezigheid van verwilderde stinzenplanten vormt een welkome aanleiding om een oud park letterlijk op te fleuren en nieuw leven in te blazen met aanvullende en soms nieuwe Stinzenbeplanting